Shinobido: Tales of the Ninja
» Shinobido: Tales of the Ninja
|
|
Sam Fisher is best tof, maar de echte meester van de sluipkunst is natuurlijk de ninja. Maar is Shinobido daarmee ook net zo goed als Splinter Cell?
Dat ik zo’n fan van hack ‘en slash ben, betekent niet dat er geen stealthgame vanaf kan. Van alleen hack ‘en slash games spelen wordt je sowieso ook chagrijnig. Een game die met meer dan twee knoppen wordt bestuurd is dan best een verademing. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik er achter kwam dat Shinobido een soort combinatie van beide genres is. Een stealthgame met hack ‘en slash gevechten dus. Werkt dat? Zoals je waarschijnlijk al aan de score hebt gezien: niet echt.
Shinobido is dus een stealthgame waarin je een ninja bestuurt, compleet met typische ninja-gadgets zoals een katana en shurikens. De game is opgebouwd uit verschillende missies, die sterk uiteen lopen en zich in afzonderlijke levels afspelen. Soms moet iemand geëscorteerd worden, soms moet een voorwerp worden gestolen en andere keren moet je simpelweg iedereen uitschakelen. Gaandeweg komen nieuwe ninja’s beschikbaar en komt er dus meer aanbod in personages. Daarnaast ben je redelijk vrij in de missiekeuze, doordat voltooide missies opnieuw gespeeld kunnen worden en je soms een splitsing tegenkomt waarbij uit meerdere missies te kiezen is. Een erg leuke opbouw dus en beslists Shinobido’s sterkste punt. Daar liggen de problemen ook niet.
Die problemen moeten bij de gameplay worden gezocht. Deze kent namelijk drie obstakels, die het spel van een hoger cijfer weerhouden. Ten eerste de camera die een kleine ramp is, vooral voor de achterliggende gedachte van rondsluipen zonder gezien te worden. Je kunt hem namelijk niet nauwkeurig bijsturen terwijl je beweegt, wat eigenlijk een vereiste is in een game als deze. Irritanter is dat de camera amper meebeweegt en je dus constant stil moet staan om hem zelf te draaien. Vooral in gebouwen en andere nauwe omgevingen is het ding hierdoor een complete ramp. Ik moest bijvoorbeeld vaak, wanneer ik een hoek om liep, eerst met de camera klooien om weer overzicht te krijgen. Genoeg tijd voor de vijand om me te bekijken, z’n vrienden te roepen, me te fotograferen, na te schilderen én in de pan te hakken.
Op zich is dit zonde, omdat de stealth-onderdelen afgezien hiervan best goed werken. Vijanden die je voorzichtig benaderd kun je met één beweging doden en vijanden die je zien roepen vaak hulp in. Gelukkig is er altijd nog een werphaak waarmee daken te beklimmen zijn en kun je langs muren rennen wat erg stoer en handig is. Irritant is dan weer dat je vaak gedwongen wordt het gevecht aan te gaan. En dan openbaart irritatie nummer twee zich: vechten in Shinobido is geestdodend saai en niets meer dan rammen op de aanvalsknop tot de tegenstander op de grond ligt. Tot slot nummertje drie: personages lopen soms dwars door muren of komen ergens vast te zitten. Een beetje buggie dus. Ook is de game grafisch erg matig en zijn vooral de buitenomgevingen blokkig en ongedetailleerd. De personages ogen een stuk beter en de (meeste) bewegingen zien er goed uit.
Shinobido heeft veel potentie en had een hele goede game kunnen zijn. Met de nadruk op ‘had kunnen zijn’, want dat is het jammer genoeg niet geworden. Met een camera die wél weet wat hij wil, een betere besturing bij het vechten, betere graphics en meer tijd bij de bugs-controle kan dit echt een toffe serie worden. Nu nog even niet, volgende keer beter.


